Tussen God en ons
God is groot en vraagt ontzag. Toch wil God een vriend van de mensen zijn, hoe kan dat. Wat zijn zonden eigenlijk. Hoe zit het nu precies met Jezus. Gods liefde voor de wereld: wat houdt het in.
De Bijbel is het Woord van God: hoe kan dat. Hoe moet je de Bijbel lezen. Wie is de Heilige Geest. Hoe zit het met de zogenoemde Drieëenheid.
Vragen, vragen en nog eens vragen. En dat is te begrijpen. In het begin worden er meer vragen opgeroepen dan er kunnen worden beantwoord. Het is voor een mens ook allemaal niet logisch. Dat er een God is die met ons mensen om wil gaan. En die van ons ook iets vraagt, nl. geloof. Geloof in het feit dat wij van Hem afhankelijk zijn.
In dit hoofdstuk wordt op deze en andere onderwerpen ingegaan.
In de hand van God
Mijn leven leg ik in de hand van God,
ik wil Hem eren, volgen Zijn gebod.
Hij heeft mijn hart genomen in Zijn hand,
mij zicht gegeven op het hemels land.
Hij maakt mij groot, stelt sterk mij op de rots,
ik overnacht in al de schaduw Gods.
Niets is er dat mij nu nog tegenstaat,
Gods hand is bij mij, Hij mijn toeverlaat.
Wie overal dit grote wonder kent,
wees in uw leven ook Hem toegewend.
Laat u gezeggen door Zijn grote trouw,
toon over zonden aan uw Heer berouw.
Hij wil vergeven al wat u misdeed,
Hij draagt uw tranen, kent uw grote leed.
Met vreugde keert uw ziel dan steeds tot Hem,
verlost van pijn, hoort uw hart naar Zijn stem.
Frans den Harder